Babyboomers mopperen graag op de jongere generatie. Vier dagen werken, graag een beetje flexibel, en vooral niet te veel stress. Het zou allemaal wel wat minder mogen, vinden wij, opgegroeid met het idee dat hard werken vanzelf tot een huis, zekerheid en vooruitgang leidt. Maar eerlijk is eerlijk: die wereld bestaat voor veel jongeren simpelweg niet meer. En wie dat ontkent, kijkt bewust weg.
Het begint bij wonen. Zonder financiële steun van ouders is een koopwoning voor een groot deel van de starters onbereikbaar geworden. Banken vragen een stevig inkomen én eigen geld, terwijl de prijzen, zeker in en rond de grote steden, moeiteloos door de half miljoen schieten. Zelfs met twee inkomens wordt het vaak spannend. Huren dan maar? Ook dat is geen uitweg meer. In de vrije sector tik je zo tweeduizend euro per maand af. Sparen voor een eigen huis wordt daarmee een theoretische exercitie. En als het al lukt, ben je weer ingehaald door de volgende prijsstijging. De sociale huursector, ooit het vangnet, is intussen een doolhof geworden. Wachtlijsten lopen op tot jaren, soms decennia. En ja, daar wringt het: politieke keuzes hebben ervoor gezorgd dat bepaalde groepen voorrang krijgen bij toewijzing. Ook de huidige coalitie heeft ervoor gekozen statushouders voorrang te verlenen op onze jeugd bij het toekennen van een sociale huurwoning, totdat er voldoende alternatieve huisvesting is. Dat mag misschien vanuit humanitair perspectief te verdedigen zijn, maar het gevolg is dat de kansen voor andere woningzoekenden, waaronder jonge Nederlanders zonder netwerk of kapitaal, steeds verder slinken. Dat schuurt. En wat is voldoende? Dat zou eerlijk benoemd moeten worden.
Alsof dat nog niet genoeg is, wordt het woningaanbod ook nog eens uitgehold. Beleggers trekken zich terug omdat het rendement onder druk staat door strengere regelgeving. Dat klinkt sympathiek “minder huisjesmelkers” – maar de realiteit is weerbarstig. Minder rendement betekent minder investeringen in onderhoud en verduurzaming. En dus verdwijnen woningen van de huurmarkt. Grote buitenlandse partijen verkopen hun bezit, maar ook kleine particuliere verhuurders haken massaal af. Het resultaat: minder aanbod, hogere prijzen. Nieuwbouw zou de oplossing moeten zijn, maar ook daar stapelen de problemen zich op. Personeelstekorten in de bouw, stijgende materiaalkosten en een wirwar aan regelgeving zorgen ervoor dat ambitieuze bouwplannen in de praktijk blijven steken. De doelstelling van honderdduizend nieuwe woningen per jaar klinkt mooi, maar mist elke realiteitszin. Tel daar de stikstof- en CO₂-beperkingen bij op en het wordt duidelijk: we hebben een systeem gebouwd dat zichzelf blokkeert. En dan is er nog Europa. Omdat wij de daar vanuit opgelegde regels te strikt nemen, wordt bouwen praktisch onmogelijk. Uiteraard is samenwerking belangrijk. Maar wij noemen hier bijna elke vierkante meter natuurgebied, terwijl elders pragmatisme lijkt te winnen van bureaucratie. Dat verschil kost ons nu letterlijk huizen.
Wat resteert, is een generatie die haar perspectief ziet verdampen. Jongeren die rationeel besluiten om minder te werken, omdat meer werken hen nauwelijks dichter bij een eigen huis brengt. Die flexibiliteit boven zekerheid verkiezen. Kun je ze dat kwalijk nemen? Of is het juist een logische reactie op een systeem dat niet meer levert wat het belooft? De oplossing vraagt om lef. Minder beleid op papier, meer realiteitszin in de uitvoering. Vorm een regering uit mensen van de praktijk, ondernemers, bouwers, financiers, bij het maken van keuzes. Mensen die snappen hoe projecten wél van de grond komen. En ja, betaal ze goed. De verantwoordelijkheid is groot en de politieke risico’s zijn dat ook. Versimpel regelgeving, versnel procedures en zorg dat investeren in woningen weer aantrekkelijk wordt, zonder dat de huurder de rekening betaalt.
Tot slot: jongeren hebben niets aan ideologische discussies of modieuze termen. Ze willen een dak boven hun hoofd, een eerlijke kans en een toekomst die meer biedt dan eindeloos huren en uitstellen. Dat is geen luxe, dat is de basis van een gezonde samenleving. De jeugd heeft perspectief nodig. Het is dan ook tijd dat babyboomers zich niet alleen ergeren, maar ook verantwoordelijkheid nemen. Want als zelfs een fulltimebaan geen toegang meer geeft tot een normaal bestaan, is er iets fundamenteel mis. En dat los je niet op met verwijten, maar met daden.
Menno Smitslooreacties via [email protected]
op X te volgen met @mennosmitsloo