Rouwen en verstouwen

Mijn grote liefde Miep is overleden. Bijna het allerergste wat je kan overkomen. Veel te vroeg, maar wel na een mooi en zinvol leven. Alleen al het woord overleden roept associaties op waar je niet vrolijk van wordt. Toch merk je al snel dat, als iemand die je dierbaar is er niet meer is, het helpt om de schaduwzijde van het ziekteproces bewust naar de achtergrond te schuiven. Juist de herinneringen aan hoe iemand lééfde, en niet hoe iemand stierf, verdienen het om te overleven.

En als je eerlijk bent: het gezonde, gewone leven heeft meestal vele malen langer geduurd dan de laatste fase. Dat perspectief helpt. Al was het veel te vroeg, ik prijs me gelukkig met wat wij samen hadden en dat ik getuige mocht zijn van wie zij was, voor onze kinderen, anderen en voor mij. Hoe je als achterblijver door zo’n periode heen komt, hangt ook samen met hoe je je leven vóór dat moment hebt ingericht. Allereerst natuurlijk binnen het gezin: als dat een natuurlijke eenheid vormt, heb je een basis. De van onze kinderen ondervonden steun ervaar ik als absolute rijkdom. Zo zijn wij er voor elkaar. Inclusief de hond, die ook haar verdriet laat merken. Maar wat nu nog eens extra blijkt, is de waarde van vriendschappen. Echte, duurzame vriendschappen. Die zijn natuurlijk geen vanzelfsprekendheid, maar komen voort uit een vorm van wederzijds onderhoud. Je moet er zijn geweest op belangrijke momenten in elkaars leven, niet alleen op de hoogtepunten maar ook wanneer het moeilijk is. Pas als het er echt toe doet, zie je wie er naast je staat en besef je hoe waardevol dat is. Het helpt dan ook bij het jezelf heruitvinden.

En dan, als de eerste stilte is ingedaald en de kaarten en bloemen langzaam plaatsmaken voor de dagelijkse realiteit, begint er een ander proces. Minder zichtbaar, maar soms minstens zo vermoeiend: het administratieve traject. Alsof het leven zegt: “Mooi dat je rouwt, maar we gaan ook nog even wat formulieren invullen. Zo blijkt er ineens een termijn van drie maanden te bestaan waarbinnen je moet aangeven of je gebruik wilt maken van bepaalde erfrechtelijke constructies. In een periode waarin dagen en nachten nog door elkaar lopen en je soms al moeite hebt om te bedenken wat je die ochtend hebt gedaan. Dan is er de afwikkeling van de op te leggen erfbelasting. Over geld en bezittingen van je eigen ouder of partner, waar vaak al jarenlang belasting over is betaald. Het voelt wrang: alsof er nog een laatste afrekening plaatsvindt. Begrijpelijk misschien vanuit het systeem, maar gevoelsmatig lastig te plaatsen. Zeker als je hoofd daar helemaal niet naar staat. Daarbovenop komt een eindeloze stoet aan instanties die geïnformeerd moeten worden. Banken, verzekeraars, pensioenfondsen, abonnementen, lidmaatschappen. Overal dezelfde formulieren, dezelfde vragen, dezelfde kopieën van aktes. En altijd dat ene ontbrekende document, dat nét weer ergens anders opgevraagd moet worden. Je leert termen kennen waarvan je het bestaan niet wist, en procedures die kennelijk al decennia zo werken.

Ook praktisch zijn er tal van zaken die aandacht vragen. Wat gebeurt er met gezamenlijke rekeningen? Welke automatische incasso’s lopen er nog? Zelfs digitale nalatenschap speelt tegenwoordig een rol: wachtwoorden, accounts, online profielen. Het leven laat zich niet zomaar stilzetten, hoe graag je soms ook even op pauze zou drukken. En toch, hoe vreemd het ook klinkt, zit er in dat alles ook iets aards. Het dwingt je om, stap voor stap, weer deel te nemen aan het leven. Al is het via formulieren en loketten. Het is de andere kant van rouwen: het verstouwen. Het ordenen, afwikkelen, afronden. Langzaam ontstaat er weer ritme. Niet hetzelfde als voorheen, dat komt niet terug, maar een nieuw evenwicht. Met ruimte voor herinnering én voor de toekomst. Je merkt dat je weer kunt lachen, soms onverwacht en misschien zelfs een beetje schuldig. Tot je beseft dat juist dát de bedoeling is. Dat degene die je mist, je dat zonder twijfel zou gunnen. Misschien is dat wel de kern: dat rouwen en verstouwen uiteindelijk hand in hand gaan. Dat verdriet en praktische rompslomp elkaar afwisselen, maar dat geen van beide het laatste woord heeft. En dat, ergens tussen een belastingformulier en een oude foto, het leven zich voorzichtig weer aandient.

Menno Smitsloo
reacties via [email protected]
op X te volgen met @mennosmitsloo