Voor niets gaat de zon op!

Het zal iedereen bekend voorkomen: om de twee jaar loopt het abonnement voor de mobiele telefoon af. Dat betekent doorgaans een gangetje langs de belwinkel van de provider om het abonnement te verlengen en – belangrijker nog – een nieuwe  telefoon uit te zoeken. Vaak word je met de belofte van de gratis nieuwe smartphone gelokt om een duurder abonnement uit te zoeken.

Alleen kun je je afvragen, of het mobieltje dat bij het abonnement wordt geleverd wel gratis is. Op 13 juni 2014 oordeelde de Hoge Raad dat de tegeltjeswijsheid “Voor niets gaat de zon op” ook hier speelde. Tenzij de telecomprovider (KPN, Vodafone, T-Mobile of anderszins) het tegendeel hard kan maken, bevat het abonnement ook een vergoeding voor de bijgeleverde mobiele telefoon. Daarmee geldt de overeenkomst die de telecomprovider met de klant sluit als koop op afbetaling. Als de klant een consument is, kan de overeenkomst onder omstandigheden ook als consumenten- krediet te boek komen te staan.

Ook in andere branches waar gratis apparatuur bij het aangaan van een abonnement ter beschikking wordt gesteld kan sprake zijn van koop op afbetaling of consumentenkrediet. Te denken valt aan het “gratis” verstrekken van een tablet bij een krantenabonnement, een energiecontract of het “gratis” verstrekken van een decoder of een digitale ontvanger door de kabelmaatschappij.

Zijn de regels die in het arrest worden geformuleerd erg? Wat zijn de consequenties van het arrest?

Voor de consument is de vaststelling dat het mobieltje allerminst gratis is, in juridisch opzicht op het eerste gezicht gunstig. De regels over koop op afbetaling en consumentenkrediet geven de consument zekerheid over de door hem te betalen som en de looptijd van de verplichtingen, zodat de consument direct weet waar hij aan toe is. Ontbreekt die informatie, is de overeenkomst voor de telecomprovider in beginsel niet afdwingbaar waar het de afbetaling van het mobieltje betreft. Ook zakelijke klanten genieten (deels) van het arrest mee, omdat de wettelijke regeling over koop op afstand ook op hen van toepassing is.

Voor telecomproviders zijn de druiven zuur. Zij dienen over een AFM-vergunning te beschikken op grond van de consumentenkredietwetgeving. Het is de vraag of de telecomproviders niet zullen stoppen met het leveren van een mobieltje bij het abonnement. Dat zou betekenen dat abonnementen alleen maar als SIM-only of via lease van het mobieltje, dan wel vooruitbetaling van de hele koopsom door consument worden gesloten. Daarmee verdwijnt het aantrekkelijke van een nieuw abonnement: de eigendom van een nieuw mobieltje tegen op het oog lage tarieven. Hoe dan ook, alle betrokkenen in de mobiele telefonie moeten het arrest van de Hoge Raad ter harte nemen.

Jan Spanjaard, advocaat bij La Gro Advocaten Alphen aan den Rijn / www.lagrolaw.nl

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *