Bedrijfsopvolging en financiering door de Belastingdienst


Deel dit artikel

Het woord “boomer” is verkozen tot het woord van het jaar 2019. Een “boomer” is volgens Van Dale een persoon van gevorderde leeftijd, met ouderwetse denkbeelden of conservatieve opvattingen. Boomer is afgeleid van de term babyboomers verwijzend naar de geboortegolf na de oorlog in de jaren 1946 -1955. 

De laatste tijd heb ik regelmatig te maken met ondernemers “van gevorderde leeftijd” die hun onderneming willen verkopen. Vaak verkopen deze ondernemers hun bedrijf aan Private Equity partijen. Gelukkig komt het ook voor dat de onderneming wordt voortgezet door de kinderen. In het laatste geval is het bijzonder prettig dat de fiscus voor een deel van de financiering zorgt. Hoe zit het ook alweer?

Als de onderneming wordt overgedragen aan de kinderen kan onder voorwaarden voor de schenk-/erf-belasting een vrijstelling worden toegepast. Deze vrijstelling bedraagt voor de eerste € 1.084.851 100% en daarboven 83%. Als u zich bedenkt dat u aan schenk-/erfbelasting voor de eerste € 126.724 10% en over het meerdere zelfs 20% moet betalen dan gaat het om serieus geld. Ook voor de inkomstenbelasting zijn er vrijstellingen. Wat je niet hoeft te betalen, hoef je ook niet te lenen.

De bedrijfsopvolgingsregeling is alleen van toepassing op ondernemingsvermogen. Beleggingsvermogen is uitgesloten. Als uw BV vastgoed heeft en dit staat niet ten dienste van de onderneming, zijn voor dit vermogen de vrijstellingen dus niet van toepassing. De Belastingdienst stelt zich op het standpunt dat vastgoed dat niet aan de eigen onderneming ter beschikking staat geen ondernemingsvermogen is. Hier zijn al de nodige rechtszaken over gevoerd. De rechtbank oordeelde in april 2019 nog dat de BOR in het geheel niet van toepassing was op een vastgoed BV. Echter in hoger beroep heeft het Hof Amsterdam op 14 januari 2020 een uitspraak gedaan waardoor onder voorwaarden er wel sprake kan zijn van vrijstellingen bij BV’s met vastgoedexploitatie.

Hoe dat precies zit, leggen wij u graag uit. Wat ik eigenlijk het belangrijkste vind van de uitspraak is dat deze maar weer eens bevestigt dat men zich niet zonder meer hoeft neer te leggen bij een uitgangspunt dat de Belastingdienst hanteert. Het kan de moeite lonen om de gang naar de rechter te maken, zeker als het om grote belangen gaat.

Huig Haasnoot
ABIN Accountants en Adviseurs
www.abin.nl

Leave a Comment