Maxime Verhagen van Bouwend Nederland spoort provincie aan


Deel dit artikel

PAS, PFAS, maar ook de versnelling van de woningbouw en het onderhoud van bestaande wegen en bruggen… Het houdt de gemoederen in de bouwsector flink bezig. Zeker als het gaat om onze drukke Rijnstreek. Er staan immers zoveel projecten in de wacht op de verruiming van de stikstof- en PFAS-normen. Wanneer mogen die door? En als ze eindelijk doorgaan, hoe blijft onze regio bereikbaar bij zoveel bouwwerkzaamheden in de toekomst? Komen we dan eindelijk aan het eerder afgesproken versneld bouwen toe? Om het over duurzaamheid in de provincie Zuid-Holland nog maar niet te hebben…  

TEKST SANDRA ZUIDERDUIN FOTOGRAFIE ANKE BOT

Ze willen weer dolgraag de handen uit de mouwen steken. Onze bouwers willen aan de slag, maar zitten nog eventjes geparkeerd op het reservebankje in afwachting van ruimere normen voor stikstof en PFAS. Maar wat als straks dan ineens weer het startsein gegeven wordt? Dan mogen alle bouwprojecten weer vol van start. Goed nieuws voor de bouwbedrijven natuurlijk, want iedere dag zonder werk is een dag zonder inkomen. En dan is er nog de druk van het versneld bouwen van duurzame nieuwbouw. Maar kunnen we dit eigenlijk allemaal wel aan tegelijkertijd? Bouwend Nederland-voorzitter Maxime Verhagen maakt zich zorgen en ging daarom de discussie aan met de provincie Zuid-Holland. “Hoe kunnen jullie invloed uitoefenen op de versnelling van de woningbouw?”, was zijn centrale vraag vooral.  

Er ligt een complexe opgave voor de provincie Zuid-Holland te wachten. Zo moeten er alleen al 150.000 duurzame extra woningen nieuw gebouwd worden in het komende decennium. Bovendien is er ook nog het huidige bruggen- en wegennet dat hoognodig aan onderhoud toe is. Veel bouwwerk aan de winkel dus, maar hoe blijft de provincie tijdens die bouw dan eigenlijk bereikbaar? Dat zal een uitdaging worden, verwacht Bouwend Nederland. Zeker als dat gecombineerd wordt met andere doelen op bouwgebied, zoals de roep om verduurzaming. “Belangrijk is het maken van duidelijke keuzes in de vraag die aan de markt wordt gesteld”, aldus Verhagen. “Stapeling van ambities maakt realisatie van woningbouw erg moeilijk. Ook voor het aanbestedingsbeleid van de provincie geldt; heldere keuzes helpen het realiseren van maatschappelijke doelstellingen, zoals duurzaamheid.”

Verduurzaming bij aanbesteding
Deze heldere keuzes zijn bovendien belangrijk omdat ze de bouw ook helpt bij haar eigen inzet om stikstof terug te dringen. “Opdrachtgevers die duurzaamheid een doorslaggevende rol in de aanbestedingen geven, maken de weg vrij voor elektrificatie van materieel en verduurzaming.” Dat deed de provincie eerder wel met de aanbesteding van de N211, maar in de rest van haar aanbestedingen loopt Zuid-Holland flink achter bij andere overheidsinstanties. In de top 25 duurzaamste aanbesteders komt de provincie zelfs niet eens voor. Statenleden willen daarom aan de slag om duurzaamheid beter in het provinciale aanbestedingsbeleid te borgen. Ook gedeputeerde voor Mobiliteit, Floor Vermeulen onderstreepte de belangrijkheid hiervan. “Duurzaamheid moet in alle aanbestedingen een serieuze component worden.”

Maar er zijn volgens de branchevereniging voor de bouwsector meer stappen nodig om versneld te kunnen bouwen. “Een goede eerste stap tot versnelling is de ruimte om 130% plancapaciteit te programmeren in plaats van 100%”, meent Verhagen. “Dat is nodig ook, omdat ervaring leert dat 30% van de plannen uitvalt en er een tekort aan harde plancapaciteit na 2025 is.” Het coalitieakkoord lijkt meer ruimte te bieden voor buitenstedelijk bouwen, al wordt daarvoor vooral ingezet op ontwikkeling van onder meer Valkenburg. Maar wat de statenleden vooral grote zorgen baart, is de snelheid waarin betaalbare woningen gerealiseerd worden. Zij zien dan ook kansen om buitenstedelijke bouwlocaties te benutten om complexe binnenstedelijke bouwlocaties tot stand te brengen. Daarnaast zien ze ook mogelijkheden in het creëren van woningbouwlocaties in (voormalige) winkelgebieden.

In beeld brengen impact beide crisissen
En dan is er nog die langslepende, maar oh zo vervelende PAS en PFAS problematiek. “Hoe kan de provincie de sector helpen om bouw- en infraprojecten door te laten gaan of weer op gang te helpen?”, zo stelde Verhagen concreet. Jeanette Baljeu, gedeputeerde op het onderwerp stikstof, beloofde aan de hand van cijfers hierover na te gaan hoe de provinciale vergunningverlening versneld kan worden. Aandachtspunt is of vertraging het gevolg is van veranderde onderbouwingen voor ontheffingen of door gebrek aan capaciteit bij de omgevingsdienst. 

Collega Vermeulen deed er nog een schepje bovenop door te stellen dat ze binnen een maand in beeld wil hebben wat de impact van beide crisissen is voor het geplande werk: wat kan door en wat niet? Aan de hand daarvan is de provincie bereid om samen met de sector te kijken waar investeringen naar voren kunnen worden gehaald.

Een concrete maatregel in de goede richting zou de verruiming van de norm voor PFAS kunnen zijn. Verhagen noemde het besluit van de provincie Noord-Holland hierbij als voorbeeld. Hier is de PFAS-norm onlangs aanzienlijk verruimd tot 1,5 mol. De provincie heeft op 100 plekken in Noord-Holland vastgesteld hoeveel PFAS in de grond zit. Daaruit blijkt dat overal in de provincie tot 1,5 µg/kg PFAS in de grond zit. Grond tot die waarde mag binnen de provincie Noord-Holland gewoon verplaatst worden. Noord-Holland biedt hiermee duidelijkheid en meer ruimte voor grondprojecten, zonder extra risico’s voor mens en milieu. De directeur van Bouwend Nederland pleit in de provincie Zuid-Holland ook naar de vaststelling van een aanzienlijk ruimere regionale norm. “Zodat overal in Zuid-Holland de bouwprojecten weer van start kunnen.”

 

Leave a Comment