Macht van de glimlach


Deel dit artikel

Als je humor uitstraalt, ligt de hele wereld aan je voeten, op echt elk gebied. Een voorbeeld daarvan is de zanger Gordon, die door zijn continu vette lach kennelijk in ieder Tv-programma welkom is om zijn ranzige grappen te demonstreren.

Het tegenovergestelde is ook niet goed. Zo loop ik altijd om een bepaalde orgeldraaier in Leiden heen, die de chagrijnigheid al van verre uitstraalt en als je hem voorbij probeert te lopen, het mansbakje zo’n beetje in je huig propt. Neem dan de koning van de Leidse orgeldraaiers, Fabian Krul, met zijn eeuwig ondeugende glimlach. Weer of geen weer, ik word altijd vrolijk als ik hem zie. Op diezelfde wijze zou je door winkelpersoneel moeten worden ontvangen. Als je bij een artikel wacht en uitgebreidere informatie wilt, maar de verkoper oeverloos met anderen over van alles blijft kwekken, zonder jou enige aandacht te schenken, heb je het al gauw gehad. Wanneer er echter eventjes vriendelijk aan je wordt gevraagd of hij die andere klant binnen een paar minuutjes mag afhelpen, is dat een heel andere benadering en dan wacht ik uiteraard.

Toen ik nog bedrijfsmakelaar was, zei ik bij het uitbrengen van een offerte wel eens met een big smile tegen mijn kandidaat-opdrachtgevers: ‘U hoeft onze aanbieding niet op prijs in de markt te vergelijken, want dan ben ik de duurste.’ Dat leverde hilariteit, een gesprek over het waarom, en meestal de opdracht op. Andersom maken wij dienstverleners mee, die al geïrriteerd raken als je alleen maar vraagt hoe ze te werk denken te gaan. Ook nu het in de bouw weer goed loopt en er wachttijden bestaan, is de klant niet meer overal koning, en wordt er door sommigen met driedubbele pen geoffreerd. Dom, want daar ben je dan wel meteen klaar mee en daar kom je, ook wanneer ze je wel weer nodig hebben, niet te snel meer terug. 

Kortom, de grootste macht om iets te bereiken, is de gunfactor. Die verwerf je dus deels al met humor. Die humor moet er dan wel voor beiden zijn, en niet ten koste van de ander. Zelfspot is beter dan spot. Met een grappige benadering en een glimlach neem je weerstand weg. Onze politici hebben dat niet zo goed begrepen en verkopen ons vaak de grootste onzin, waarvan ze weten dat het niet klopt. Minister-president Rutte komt daar nog het handigst mee weg, en tot nu toe wordt dat nog geaccepteerd ook. Of het nu om miljarden schade (dividendbelasting, ING fraude, etc.) of gewoon een gezinsuitzetting naar het veilige land van herkomst betreft. Als een blad aan een boom draait hij om en beweert een week later weer het omgekeerde. Ik denk dat hem in de wandelgangen door een collega minister soms is gevraagd: ‘Wat heb je gisteravond op tv gezegd over onze beleidsplannen?’ En dat Rutte dan waarschijnlijk antwoordde met: ‘Helemaal niets natuurlijk.’ Waarop zijn collega zei: ‘En hoe heb je dat dit keer verwoord?’ 

Voor speeches geldt hetzelfde. Die zijn vaak zo saai. Ik constateer met regelmaat dat de bezoekers van een symposium alleen komen om vooraf, in de pauzes en na afloop te netwerken. Die toch al bekende elkaar opvolgende onzinverhalen, kunnen hen gestolen worden. Kijk maar eens hoeveel deelnemers er, zeker na de middaglunch met een wijntje, zitten te dutten. De zaal veert pas op als er echt iets nieuws wordt bekendgemaakt, of gewoon iets grappigs wordt gezegd. Zo gebeurde het laatst bij een lezing dat er halverwege de middag nog maar drie toehoorders in de zaal leken te zitten. Echte humor is: het waren de laatste drie sprekers.

Op verkooppraatjes zit al helemaal niemand te wachten. Wanneer je pretendeert de beste in iets te zijn, moet je dat dan ook wel onderbouwen, want anders kom je als opschepper over. Doe ook dat dus nooit ten koste van een ander, maar zeg bijvoorbeeld dat je gelukkig goede conculega’s hebt, omdat het werk anders niet bij te benen valt.

Het is eigenlijk allemaal zo simpel, en komt gewoon op een plezierige omgang met je omgeving neer.

Menno Smitsloo
Reacties: mennosmitsloo@gmail.com
Twitter: @Mennosmitsloo

Leave a Comment