De (o)nmacht van de aandeelhouder


Deel dit artikel

Cash is king. Wie betaalt, bepaalt. Zomaar wat uitdrukkingen om te onderstrepen dat de macht in een onderneming vaak bij de aandeelhouder(s) ligt. Is de algemene vergadering niet ook het hoogste orgaan in een vennootschap? Het antwoord is simpel, ja EN nee. En kunnen de aandeelhouders niet altijd het bestuur schorsen en ontslaan? Wederom, ja EN nee.

Afhankelijk van de structuur, aard en omvang van een onderneming, ligt de macht niet altijd bij de aandeelhouder(s). In een kleine onderneming met een DGA is de aandeelhouder ook het bestuur. Een grote onderneming, die valt onder het wettelijk structuurregime, heeft verplicht een raad van commissarissen (RvC). De RvC komt dan de bevoegdheid toe tot benoeming, schorsing en ontslag van bestuurders. Bij een beursgenoteerde vennootschap staan aandeelhouders nog verder op afstand.

Twee recente rechtszaken, die ook ruim de publiciteit hebben gehaald, bevestigen dat de aandeelhouders niet in alle gevallen het hoogste en/of laatste woord hebben.

In de (vijandige) overnamestrijd tussen Akzo en PPG oordeelde de ondernemingskamer dat het bestuur dient te handelen naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Het bepalen van de strategie is in beginsel een bestuurs-aangelegenheid, waarop de RvC toezicht uitoefent. Er is geen algemene rechts-regel die het bestuur verplicht om de aandeelhouders daaromtrent te consulteren.

Ook recent, 20 april j.l., bevestigde de Hoge Raad in een langlopend geschil tussen Fugro en Boskalis, dat het bestuur weliswaar verplicht is om (achteraf) verantwoording af te leggen over gevoerd beleid, maar er is geen verplichting om aandeelhouders vooraf in besluitvorming te betrekken. Evenmin is er een verplichting om niet tot het domein van aandeelhouders behorende onderwerpen te agenderen voor een algemene vergadering.

De praktijk leert dat in meer complexe structuren binnen een vennootschap, verschil tussen aandeelhouders en bestuur, verschillende type(n) aandeel-houders, het van belang is om goed na te denken over de inrichting van de governance structuur. Dat kan bijvoorbeeld statutair, maar ook via een aandeelhouders- en/of stemovereenkomst.
Door afspraken duidelijk vast te leggen en duidelijkheid te scheppen over onderlinge verhoudingen binnen de vennootschap, worden onnodige geschillen voorkomen. En is duidelijk waar de macht ligt binnen de vennootschap.

Pieter van den Oord
Advocaat
La Gro Advocaten, Alphen aan den Rijn
www.lagrolaw.nl

Leave a Comment