Detailhandel is een dienst; en nu verder?


Deel dit artikel

Op 30 januari 2018 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie een baan-brekend arrest ) gewezen over de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn. Het Hof oordeelde dat detailhandel – in dit geval een kledingwinkel – een dienst is in de zin van de Dienstenrichtlijn. Een gevolg van het arrest is dat het voor winkeliers eenvoudiger is om hun algemene voorwaarden van toepassing te houden op de relaties met de klanten.

Achtergronden
De Dienstenrichtlijn dateert uit 2006 en is eind 2009 omgezet in Nederlandse wetgeving. Doel van de richtlijn is het creëren van één Europese dienstenmarkt, waarin bijvoorbeeld Duitse dienstverleners eenvoudiger op de Nederlandse markt actief kunnen worden. In het kader van de Dienstenrichtlijn en de omzetting ervan in Nederlandse wetgeving is het voor de dienstverlener eenvoudiger om algemene voorwaarden ter beschikking te stellen aan de klant. De wet bepaalt daarover dat de dienstverlener de algemene voorwaarden beschikbaar mag stellen door ze in een bakje op de toonbank beschikbaar te houden of op een aan de klant meegedeeld webadres te publiceren. Dit is veel eenvoudiger dan de regels die voor niet-dienstverleners gelden: die moeten de algemene voorwaarden in beginsel daadwerkelijk ter hand stellen (toesturen, overhandigen of bijvoegen).

Dienstverleners zijn bijvoorbeeld consultants, advocaten, aannemers, architecten en autoverhuurders. Buiten de Dienstenrichtlijn vallen erkende dienstverleners als notarissen, banken, uitzendbureaus en gerechtsdeurwaarders. Dat is een keuze van de Europese regelgever geweest.

Ook detailhandel is een dienst
Het zal dan ook niet verbazen dat veel partijen aanspraak wilden maken op de status van dienstverlener onder de Dienstenrichtlijn.  In 2015 en 2016 stelden de Hoge Raad en de Raad van State aan het Europese Hof van Justitie de vraag of detailhandel – in dit geval winkels waarin kleding wordt verkocht – onder het bereik van de Dienstenrichtlijn valt. Het antwoord “nee, want verkoop is geen dienstverlening” dringt zich op. Echter, de richtlijn in 2006 werd in 2007 gevolgd door een advies van de Europese Commissie aan de lidstaten van de EU: het Handboek implementatie Diensten-richtlijn. In dit handboek heeft de Europese Commissie uitgesproken dat detailhandel en groothandel ook onder het bereik van de Dienstenrichtlijn vallen. Deze uitspraak heeft het Hof van Justitie tot zijn oordeel gemaakt. Het Hof voegt daaraan toe dat ook distributiehandel onder het bereik van de Dienstenrichtlijn valt.

Gevolgen van het arrest
Wat zou dit arrest, denkt u wellicht. Het wordt voor winkeliers eenvoudiger om de klanten te binden aan hun algemene voorwaarden. Door een goed leesbare verwijzing naar een webadres of een duidelijke display op de toonbank waarin de algemene voorwaarden zijn neergelegd, kan de winkelier al aan zijn informatieplicht voldoen. Dit zorgt ervoor dat de drempel om algemene voorwaarden te gebruiken, lager wordt. Ook in distributieovereenkomsten kan een webverwijzing in de overeenkomst al genoeg zijn. Als bedacht wordt dat in het zakelijk verkeer amper algemene voorwaarden sneuvelen om hun onredelijk bezwarende inhoud, is duidelijk dat het leven voor gebruikers van algemene voorwaarden weer iets makkelijker is geworden dan het was. En dat klanten dus scherper op moeten letten.

In het consumentenrecht ligt dit subtiel anders. Onredelijk bezwarende (“oneerlijke”) bedingen worden eenvoudig terzijde geschoven omdat de consu-mentenbescherming in de rechtspraak van groot belang wordt geacht. De consument wordt door de rechter “ambtshalve” beschermd, wat wil zeggen dat de rechter ook een streep door oneerlijke bedingen moet zetten, als de consument niet zelf aanvoert dat het beding oneerlijk is. Het gebruik van algemene voorwaarden wordt door de uitspraak van het Hof extra gefaciliteerd, maar daarmee wordt ook de noodzaak van goede voorwaarden des te duidelijker.

Jan Spanjaard
Advocaat
La Gro Advocaten, Alphen aan den Rijn
www.lagrolaw.nl

Leave a Comment