Leidse Garenmarkt is archeologische schatkamer

Deel dit artikel

De grond onder het plein aan de Leidse Garenmarkt blijkt, zoals verwacht, een archeologische schatkamer te zijn. Bij de huidige opgravingen door de wetenschappers van bureau ADC uit Amersfoort zijn al muren aangetroffen van ongeveer 200 jaar oud, waterputten uit de late middeleeuwen, maar de hoop is vooral gevestigd op vroeg middeleeuwse of zelfs Romeinse resten. ,,Dat zou vrij spectaculair en bijzonder zijn’’, meldt een woordvoerster van de gemeente.

ADC heeft vijf weken om de archeologische waarde in kaart te brengen, op de plek waar jarenlang auto’s in slagorde stonden opgesteld en waar een diepe ondergrondse parkeergarage moet komen. De archeologen hanteren daarbij een wapentuig dat varieert van grove graafmachines tot kleine handvegertjes.

De muurresten die al direct na de eerste oppervlakkige opgravingen werden aangetroffen, dateren uit de 18de en 19de eeuw. Aan de hand van historische kaarten wordt nog uitgezocht om welke gebouwen het gaat. ,,Veel funderingen, vloeren en afvalputten zijn nu blootgelegd’’, weet stadsarcheoloog Chrystel Brandenburgh van Erfgoed Leiden. ,,In de putten daarnaast is servies, kookgerei, bestek en hondenskeletten gevonden.’’

Verwoestend

Uit geschiedkundige bronnen is bekend dat het stuk Leiden dat nu Garenmarkt heet, is ontstaan vóór de 15e eeuw. Het werd later als raamland gebruikt voor de lakenproductie. Lakens werden op raamwerken gespannen om op te rekken en te drogen. Latere bebouwing op het huidige plein raakte zwaar beschadigd bij de kruitramp aan de Steenschuur in 1807. In de jaren na die verwoestende explosie werden er weer huizen en wolfabriekjes gebouwd die uiteindelijk in 1969 werden gesloopt.

Bij vooronderzoek in 2012 werden resten uit de 14de eeuw in de bodem aangetroffen. Maar daaronder zit nog een laag waar wellicht vondsten van duizend jaar oud of meer kunnen worden aangetroffen. Daarop is het wachten nog. ,,De kans op resten uit de Romeinse tijd is reëel en daar zou ik bijzonder blij mee zijn’’, meldt Brandenburgh. ,,Dat Leiden al bestond in de Romeinse tijd is bekend. Probleem van een oude stad is dat er veel lagen uit latere periodes bovenop liggen en er zelden een mogelijkheid is om een groot gebied grondig te onderzoeken.’’

Niet blij

Dat is dus nu wel het geval. ADC is met acht medewerkers tegelijk bezig. ,,En het gaat snel’’, weet Brandenburgh. ,,Er is in één week tijd al een hoop grond verzet.’’ Mochten er in de diepte topstukken worden gevonden, dan kan de opgravingsperiode worden verlengd. Iets waar projectontwikkelaars en bouwers doorgaans niet blij mee zijn. ,,Ik zie dat hier niet gebeuren want er is een goede planning.’’

Na de opgravingen is het archeologisch bedrijf nog enkele maanden bezig met het analyseren van alle vondsten. Daarover verschijnt in het najaar een afsluitend rapport en de voorwerpen worden vervolgens overgedragen aan het gemeentelijk archeologisch depot aan de Boisotkade. ,,Het is nog even afwachten, maar als de vondsten een mooi verhaal vertellen, maken we er een expositie van.’’

Leave a Comment